U bent hier: Home / Medewerkers / Kris Bachus

Kris Bachus

Kris Bachus
onderzoeksleider
HIVA
Parkstraat 47 - bus 5300
3000 Leuven
België
lokaal: 03.07

tel: +32 16 32 31 25 of +32 16 3 23 128
contact

Onderzoeksthema's

bookmark Klimaat en duurzame ontwikkeling 

Over Kris Bachus

 

Doctor in de sociale wetenschappen (2017, KU Leuven), licentiaat toegepaste economische wetenschappen (1997, KU Leuven); master européen en sciences du travail (1998, UCL); getuigschrift postacademische vorming milieukunde (2001, UA)

Kris Bachus is onderzoeksleider milieubeleid en duurzame ontwikkeling sinds 2002. Zijn interdisciplinaire studieachtergrond maakt van hem een multidisciplinaire milieubeleidsonderzoeker pur sang. Hij heeft dan ook een sterk curriculum opgebouwd in een breed palet van onderzoeksthema’s. Zijn economische achtergrond heeft hem geholpen bij het opbouwen van expertise inzake economische beleidsinstrumenten (belastingen, subsidies, verhandelbare emissierechten), circulaire economie en de financiering van duurzaamheidstransities. Zijn multidisciplinaire achtergrond waren dan weer nuttig bij zijn vele onderzoeken over milieubeleidsevaluatie, governance voor duurzame ontwikkeling, klimaatbeleid en klimaatfinanciering. Ten slotte heeft hij ook ervaring in onderzoek over Chinees milieubeleid, duurzaam delfstoffenbeleid, lokale transities en klimaatneutraliteit en adaptatiebeleid.

 

 

query=user:U0004404 year:[2009 TO 2019] &institution=lirias&from=1&step=20&sort=scdate
1 tot 20 van 73 resultaten
Items per pagina 10 |20 |50
Sorteren recentste eerst |auteur |titel |populariteit
  • Alaerts, Luc; Van Acker, Karel; Rousseau, Sandra; De Jaeger, Simon; Moraga, Gustavo; Dewulf, Jo; De Meester, Steven; Van Passel, Steven; Compernolle, Tine; Bachus, Kris; Vrancken, Karl; Eyckmans, Johan; 2019. Towards a more direct policy feedback in circular economy monitoring via a societal needs perspective. Resources, Conservation and Recycling; 2019; Vol. 149; pp. 363 - 371
    LIRIAS2814509
    beschrijving

    Publisher: Elsevier
    Published online
  • Bachus, Kris; Van Ootegem, Luc; Verhofstadt, Elsy; 2019. ‘No taxation without hypothecation’: towards an improved understanding of the acceptability of an environmental tax reform. Journal of Environmental Policy & Planning; 2019; Vol. 21; pp. 1 - 12
    LIRIAS2807083
    beschrijving
    Although it is widely acknowledged that taxation is a powerful instrument for combating environmental problems, environmental taxation is still underused. Public acceptability of regulatory taxes appears to be low, to the extent that a trade-off between the acceptability and the efficiency of policy instruments can be observed. This paper examines the determinants and conditions for public support and willingness to pay for environmental taxation, based on survey data of 1308 citizens. The results show that education and environmental awareness are determinants for support, and that initial low support can be significantly improved by earmarking the tax revenues to the environment. Other ways of revenue recycling, such as an environmental tax reform, can be ranked based on acceptability. We call this ranking the ‘Ladder of Acceptability of Revenue Recycling Options’ (LARRO). Well-chosen design options for the environmental tax reform can further improve its acceptability.
    Publisher: Taylor & Francis (Routledge)
    Published online
  • Bachus, Kris; 2019. Werkgelegenheid in de circulaire economie. Over.Werk - Tijdschrift van het Steunpunt Werk; 2019; iss. 1; pp. 136 - 143
    LIRIAS2824169
    beschrijving

    Publisher: Acco
    Published
  • journal-article
    Biedenkopf, Katja; Van Eynde, Sarah; Bachus, Kris; 2019. Environmental, Climate and Social Leadership of Small Enterprises: Fairphone’s Step-by-Step Approach. Environmental Politics; 2019; Vol. 28; iss. 1; pp. 43 - 63
    LIRIAS2336036
    beschrijving
    Achieving sustainable consumption and production requires a break with cur- rent practices in many sectors, including the smartphone sector. Leaders are central actors in catalysing such change by developing, implementing and promoting innovative ideas, products and practices. Not only large but also small enterprises can aspire to assume leadership for sustainability. This con- tribution explores the environmental, climate and social leadership of the social enterprise Fairphone that seeks to start a movement towards a more sustainable smartphone sector. Endowed with barely any structural power, it relies on other leadership types, especially entrepreneurial leadership, which is based on dia- logue, persuasion and coalition-building. Small enterprises can be leaders, but pursuing a goal such as transforming the smartphone sector takes a step-by- step approach targeting different follower groups from suppliers, competitors and consumers to end-of-life processors and policymakers. Those different follower groups are susceptible to different (combinations of) leadership types.
    Publisher: Taylor & Francis (Routledge)
    Published
  • Mayeres, Inge; Van Zeebroeck, Bruno; Vanderlinden, Sebastiaan; Bachus, Kris; Van Ootegem, Luc; 2018. Achtergronddocument Oplossingsrichtingen voor het mobiliteitssysteem. Achtergronddocument Oplossingsrichtingen voor het mobiliteitssysteem Publisher: VMM
    LIRIAS2341173
    beschrijving
    Inleiding Mobiliteit van personen en goederen levert belangrijke voordelen aan de inwoners van Vlaanderen en aan de Vlaamse economie. De personenmobiliteit draagt ertoe bij dat de inwoners van Vlaanderen een inkomen kunnen realiseren uit arbeid, dat zij zich persoonlijk kunnen ontplooien en ontspannen, en dat zij een netwerk aan sociale contacten kunnen hebben. De mobiliteit van goederen zorgt ervoor dat de bedrijven hun productieproces efficiënt kunnen organiseren en hun klanten gemakkelijk kunnen bereiken. Mobiliteit leidt echter ook tot een reeks hardnekkige, met elkaar verweven problemen die vallen onder de noemer van externe kosten. Deze omvatten onder meer de schade door de uitstoot van broeikasgassen en luchtpolluenten, verminderde leefkwaliteit, congestie, geluidshinder, verkeersonveiligheid en inefficiënt ruimtegebruik. Het ambitieniveau voor de verduurzaming van de mobiliteit is hoog en er is een grote nood aan oplossingen voor de transportsector. Kleinere oplossingen zullen niet volstaan, en meer fundamentele veranderingen zullen het bereiken van de doelstellingen moeten schragen. Er is, met andere woorden, nood aan een duurzaamheidstransitie in het mobiliteitssysteem. Doel en reikwijdte van de studie Deze studie kadert in de Milieuverkenning 2018 van de dienst MIRA van de Vlaamse Milieumaatschappij. Het doel is om een overzicht te geven van innovaties/oplossingen die kunnen bijdragen aan de transitie naar ecologische duurzaamheid van het mobiliteitssysteem, van hun potentieel en van hefbomen waarmee dat potentieel kan gerealiseerd worden en de barrières die daarmee kunnen verlaagd worden. Gelijktijdig met deze studie werden voor de Milieuverkenning 2018 gelijkaardige studies uitgevoerd voor het energiesysteem en het voedingssysteem. De link met de transities in die twee systemen wordt in dit rapport zoveel mogelijk aangegeven. Voor de elementen die specifiek zijn voor die systemen wordt er evenwel naar die twee andere studies verwezen. Er is ook een belangrijke interactie tussen ontwikkelingen in het mobiliteitssysteem en ruimtelijke ontwikkelingen. Die interactie wordt meer belicht in het onderzoek rond de Milieuverkenning Ruimte. De sterke band tussen het Vlaams mobiliteitssysteem en andere maatschappelijke systemen Een belangrijk kenmerk van het Vlaams mobiliteitssysteem is dat het niet op zich staat, maar sterk verbonden is met de andere maatschappelijke systemen in binnen- en buitenland. Enerzijds maken de veelheid van verbanden de verduurzaming van het mobiliteitssysteem complex. Anderzijds kunnen zij ook opportuniteiten bieden om via de andere maatschappelijke systemen de uitdagingen voor het mobiliteitssysteem aan te pakken. Bv. door het ruimtegebruik beter te organiseren kan de behoefte aan transport beperkt worden of beter ingevuld worden door openbaar vervoer. Een bijkomende observatie is dat er vele nieuwe initiatieven, producten en diensten aan het opborrelen zijn, die relevant kunnen zijn voor het mobiliteitssysteem. Sommige vinden reeds een enthousiaste afzetmarkt (bv. elektrische fietsen), andere hebben succes bij een gemotiveerde groep gebruikers (bv. autodelen), terwijl nog andere zich nog in een meer prille fase bevinden (bv. waterstofauto’s). In vele gevallen gaat het om ‘niches’. Deze zijn nu nog volop in ontwikkeling, maar kunnen potentieel een rol of in sommige gevallen een grote rol spelen in de transitie naar een duurzaam mobiliteitssysteem mits de nodige randvoorwaarden vervuld zijn. De manier waarop dergelijke niches tot een systeemverandering kunnen leiden is een belangrijke topic binnen het transitiedenken dat bekijkt hoe men systeemveranderingen kan versnellen en ondersteunen via transitiegovernance. Het uiteindelijke doel is het mobiliteitssysteem te veranderen door de dominante maar niet-duurzame regimes (geleidelijk) te vervangen door andere, meer duurzame alternatieven. Deze studie wil een aantal van die niches ontdekken/toelichten en hun potentieel voor een duurzamer mobiliteitssysteem analyseren. Innovaties en oplossingen voor het mobiliteitssysteem: van longlist naar shortlist In de maatschappelijke discussie over de verduurzaming van het mobiliteitssysteem in Vlaanderen en in de rest van de wereld komen verschillende oplossingen en innovaties aan bod. Als eerste stap in de studie werd een longlist opgesteld van mogelijke innovaties en oplossingen. Zij werden gesitueerd in het kader van de drie brede oplossingsrichtingen van het Europees Milieuagentschap: –‘Vermijden’ (‘Avoid’): dit verwijst naar oplossingen en innovaties die het mobiliteitssysteem duurzamer maken door het aantal verplaatsingen te verminderen of de afgelegde afstand per verplaatsing te verkorten (bv. e-werken). –‘Verschuiven’ (‘Shift’): dit verwijst naar oplossingen en innovaties die het gebruik van andere, meer milieuvriendelijke, vervoersmiddelen aanmoedigen (bv. voor een aantal verplaatsingen de auto vervangen door een elektrische fiets). –‘Verbeteren’ (‘Improve’): dit verwijst naar oplossingen en innovaties die de milieuprestaties van de vervoersmiddelen verbeteren, bv. door technologie, door een betere benutting van de vervoersmiddelen, enz. (bv. een elektrische auto gebruiken in plaats van een auto met verbrandingsmotor op fossiele brandstof). Ook werd de link gelegd met vijf overkoepelende categorieën van oplossingen en innovaties die men in een recente transitienota voor de Vlaamse Regering over ‘Werken aan een vlot en veilig mobiliteitssysteem’ identificeert als potentiële ‘game changers’ of doorbraken: – Geconnecteerde mobiliteit en (deels) autonome vervoermiddelen – Combimobiliteit – Gedeelde mobiliteit – Gepersonaliseerde mobiliteitsdiensten (of Mobility as a Service) – Groene mobiliteit De longlist werd opgesteld aan de hand van een literatuurstudie en op basis van inzichten bekomen door gesprekken met experten in het domein. Uit deze longlist werd vervolgens een shortlist gepuurd die bestaat uit tien oplossingsgroepen. De keuze voor de tien groepen is gebaseerd op een eerste inschatting van het milieupotentieel en van de mate waarin de innovaties een transitie inhouden, zoals aangegeven door de experten en in de literatuurstudie. Bovendien werd er in de keuze naar gestreefd om voorbeelden op te nemen die betrekking hebben op de drie oplossingsrichtingen die naar voren werden geschoven door het Europees Milieuagentschap (Vermijden, Verschuiven, Verbeteren). De volgende tabel vat de shortlist van de tien groepen samen. Een aantal groepen hebben enkel betrekking op het personenvervoer (Groep 1, 2, 6). Groep 3 focust op het goederenvervoer. De overige oplossingsgroepen kunnen toepassingen hebben in zowel het personen- als het goederenvervoer. Shortlist met tien oplossingsgroepen Groep Overkoepelende categorie transitienota Vlaamse Regering Personen- /goederenvervoer Vermijden/Verschuiven/Verbeteren 1: Werken, leren, vergaderen op afstand Andere Personenvervoer Vermijden 2: Ritdelen personen Gedeelde mobiliteit Personenvervoer Verbeteren 3: Logistieke verbeteringen Gepersonaliseerde mobiliteitsdiensten Combimobiliteit Goederenvervoer Vermijden/Verschuiven/Verbeteren 4: (Elektrische) fiets en nieuwe lichte elektrische voertuigen Groene mobiliteit Personen- en goederenvervoer Verschuiven 5: Voertuigdelen Gedeelde mobiliteit Personen- en goederenvervoer Vermijden/Verschuiven/Verbeteren 6: Performante mobiliteitsdiensten of Mobility as a Service Gepersonaliseerde mobiliteitsdiensten Combimobiliteit Gedeelde mobiliteit Personenvervoer Verschuiven 7: Autonome voertuigen Geconnecteerde mobiliteit en autonome voertuigen Personen- en goederenvervoer Verschuiven 8: Elektrische voertuigen met batterij Groene mobiliteit Personen- en goederenvervoer Verbeteren 9: Elektrische voertuigen met waterstof brandstofcel Groene mobiliteit Personen- en goederenvervoer Verbeteren 10: Geavanceerde biobrandstoffen Groene mobiliteit Personen- en goederenvervoer Verbeteren Het milieupotentieel van de tien oplossingsgroepen uit de shortlist De volgende tabel vat de algemene bevindingen samen voor het milieupotentieel van de innovaties en oplossingen uit de shortlist. Men kan een onderscheid maken tussen drie categorieën in de shortlist. Ten eerste zijn er een aantal innovaties en oplossingen die binnen een bepaald segment van het mobiliteitssysteem een gunstig milieueffect kunnen hebben. Dit is het geval voor de eerste zes groepen van de shortlist. De wijze waarop deze gunstige effecten optreden verschilt tussen de zes groepen, en wordt telkens samengevat in de onderstaande tabel. Een belangrijke voorwaarde hierbij is wel dat er extra transportbeleid geïntroduceerd wordt om ongewenste reboundeffecten zoveel mogelijk onder controle te houden. Het extra beleid confronteert idealiter de transportgebruikers zoveel mogelijk met de maatschappelijke kosten van hun transportbeslissingen. Bij afwezigheid hiervan zullen de positieve effecten lager en in bepaalde gevallen substantieel lager of nagenoeg onbestaande zijn (zoals bv. in het geval van e-werken). De tweede categorie bestaat uit innovaties en oplossingen die een veel groter milieupotentieel kunnen hebben omdat zij op een groter deel van het mobiliteitssysteem kunnen inspelen. Dit is het geval voor de alternatieve aandrijftechnologieën en mogelijk ook voor de geavanceerde biobrandstoffen. Maar ook hier geldt een belangrijke voorwaarde, namelijk dat de opwekking van de energie en de productie van de biobrandstoffen op een duurzame wijze gebeurt, wat vandaag (nog) niet of onvoldoende het geval is. De mogelijkheden hiertoe in het Vlaamse energiesysteem komen meer in detail aan bod in de gelijklopende studie over het energiesysteem. De derde categorie omvat de autonome voertuigen. De ontwikkelingen in dat domein kunnen potentieel een grote impact hebben op het mobiliteitssysteem. Het is echter moeilijk om in dit stadium te beoordelen wat het effect op de mobiliteitsvraag en de eraan gerelateerde milieueffecten zal zijn. Ook hier kan gewezen worden op de nood aan een goed beleidskader om een positief milieueffect te realiseren en eventuele reboundeffecten onder controle te houden, maar het is nog onzekerder of het beleid snel genoeg zal kunnen inspelen op de nieuwe context die door deze ontwikkelingen wordt gecreëerd.

    Published online
  • Willeghems, Gwen; Bachus, Kris; 2018. Impact van de circulaire economie in Vlaanderen op de sociale economie en de tewerkstelling van kansengroepen. Publisher: Vlaamse overheid. Departement Werk en Sociale Economie
    LIRIAS2791133
    beschrijving
    In dit onderzoek, dat een samenwerking is tussen het Steunpunt Circulaire Economie en een opdracht van het departement Werk en Sociale Economie van de Vlaamse overheid, gaan we na welke impact de transitie naar een circulaire economie in Vlaanderen zal hebben op de werkgelegenheid. Het onderzoek bestaat uit vier delen. In het eerste deel formuleerden we de belangrijkste trends in de transitie naar een circulaire economie in Vlaanderen tegen 2030, zoals een langere levensduur van producten en meer circulair design. In het tweede deel berekenden we via input-outputanalyse dat de transitie naar een circulaire economie in Vlaanderen netto 30.000 bijkomende jobs kan opleveren, vooral voor sectoren die verband houden met reparatie, afvalverwerking en hergebruik. In het derde deel vonden we dat de circulaire economie kansen biedt voor laaggeschoolde mannen, een profiel dat elders op de arbeidsmarkt als kwetsbaar wordt beschouwd. In het vierde en laatste deel focusten we op de mogelijke samenwerking tussen de sociale economie en de circulaire economie. We identificeerden kansen tot samenwerking tussen kleine circulaire bedrijven en (veelal grote) bedrijven uit de sociale economie. In het algemeen kunnen we besluiten dat de transitie naar een circulaire economie in Vlaanderen eerder een kans dan een bedreiging vormt voor de sociale economie. Veel circulaire activiteiten lenen zich goed voor doelgroepwerknemers, zoals sorteren, onderhoud, reparatie en mogelijk ook refurbishment.

    Published
  • Bachus, K; Vanswijgenhoven, F; 2018. The use of regulatory taxation as a policy instrument for sustainability transitions: old wine in new bottles or unexplored potential?. Journal of Environmental Planning and Management; 2018; Vol. 61; iss. 9; pp. 1469 - 1486
    LIRIAS1547054
    beschrijving
    © 2017 Newcastle University The burgeoning literature on sustainable transitions links persistent environmental problems to the functioning of socio-technical systems. Conventional policy instruments, such as environmental taxation, are often rejected by transition scholars but in-depth studies on their potential are scarce. This paper explores the potential of the instrument of environmental taxation for influencing sustainability transitions. The multi-level perspective and the multi-phase perspective from transition thinking and the social practices approach are combined with the environmental economics theories of Pigou and Coase. Our analysis shows that the highest impact of regulatory taxation will be realised at the end of the take-off phase and in the acceleration phase of a transition. Although important barriers exist and many conditions apply, regulatory environmental taxation, especially as part of a smart policy mix, has more potential for contributing to sustainability transitions than hitherto assumed.
    Publisher: Taylor & Francis (Routledge)
    Published
  • Bachus, Kris; 2017. The use of environmental taxation as a regulatory policy instrument.
    LIRIAS1867629
    beschrijving
    This PhD study makes an in-depth analysis of the use of environmental taxation as a regulatory policy instrument. It is based on insights from both social and political science and economics. The central research question is “How can the use of ET as a regulatory policy instrument be explained, measured and optimized?” This question harbours several underlying research questions, which are elaborated in an introductory chapter, four academic publications, and a concluding chapter. In the Introduction, an analysis is carried out of the most important policy-making models, which explain how policy decisions come about. The instrument of environmental taxation is fit into these models. Subsequently, a taxonomy of policy instruments is developed, based on different criteria such as the control model. Finally, instrument choice by policy makers is explained, both in theory and in practice. In Paper 1, the taxation instrument is compared with emissions trading in the context of climate policy, both in theory and in a case study on China. Although the theoretical potential of both instruments is similar, carbon taxation appears to be the better option for the case of China, taking into account design complexity and the limited institutional capacity and experience. In Paper 2, the existing indicators for measuring the greening of a tax system are evaluated and a new type of aggregated indicator is developed, based on index theory. Although the validity of the new aggregate indicator is higher than the dominantly used revenue-based indicators, a number of validity issues remain, and complexity can be a burden for its use by government agencies. Ideally, the greening of a tax system will be evaluated by using a set of indicators, including the revenue-based indicators, single tax rates, the new aggregate tax rate-based indicator, and the implicit tax rate on energy. In Paper 3, the theory of environmental taxation is confronted with the theory of sustainable transitions thinking. Environmental taxation was found to have the highest potential for realizing long-term changes in technological development and social practices. Furthermore, the optimal impact is expected to occur when environmental taxation is used in a policy mix, along with other policy instruments, policy strategies and policy processes. In Paper 4, public support for environmental taxation is studied, both in theory and empirically, based on a survey in Flanders. Support is lower for taxes that are specified in detail. Education, income and environmental concern were found to be determinants of higher support. Revenue-recycling options can be ranked in the ‘Ladder of Acceptability of Revenue Recycling Options’ (LARRO), with environmental expenditures receiving the highest support. In the concluding chapter, transversal conclusions for the use of environmental taxation as a regulatory instrument are presented. Trade-offs were found between efficiency on the one hand, and acceptability, equity, competitiveness, and long-term robustness on the other hand. The use of policy mixes and accurate policy design are crucial success factors for environmental taxation. A future research agenda could be constituted through a comprehensive and integrated research programme, in which all trade-offs are analysed and empirical evidence is gathered for improved knowledge regarding the use of environmental taxation as a regulatory policy instrument.

    Published
  • Bachus, Kris; Bécault, Emilie; 2017. Climate finance reporting in Belgium: towards a more comprehensive reporting system. BeFinD Working Paper Publisher: BeFinD
    LIRIAS1864102
    beschrijving
    There is currently no agreed comprehensive methodology on how to track and report on public climate finance. As a result, national actors need to agree on their own methodologies. In this working paper, we report on the result of the support the researchers offered to the Belgian actors that are (or could be) active in the provision of public climate finance to developing countries. In a second part of the working paper, the results are described of the process of supporting one Belgian actor, Credendo, on a more in-depth level. Recommendations are made for future reporting processes, both for Credendo and for the whole of the Belgian stakeholders active in this field.

    Published
  • Bachus, Kris; Bécault, Emilie; 2017. Public climate finance: the challenge of reporting equity.
    LIRIAS1864105
    beschrijving
    There is currently no agreed comprehensive methodology on how to track and report on public climate finance. One of the difficulties – next to determining the climate relevance of projects funded– is the valuation of financial instruments other than grants (i.e. loans, guarantees, equity). For loans, the calculation of the grant equivalent of the financial flow is relatively straightforward, but for equity, it is unclear what the best way is to value the grant equivalent. Hence, the primary objective of this research paper is to provide an overview of the variety of methods that can be used to value the provision of public climate finance to developing countries through equity investments. In this endeavour, special attention will be paid to recent debates taking place in the context of the modernisation of the OECD DAC statistical system about how to better represent the donor effort involved in extending private sector instruments and especially equity investments.

    Published
  • Cliquot, Nathalie; Bachus, Kris; Van Dyck, Lize; Cooke, Philip; Froy, Francesca; Meghnagi, Michela; Barr, Jonathan; 2017. Boosting Skills for Greener Jobs in Flanders, Belgium. Publisher: OECD; Paris
    LIRIAS1896513
    beschrijving


    Published
  • book
    Van Acker, Karel; Allacker, Karen; Bachus, Kris; Biedenkopf, Katja; Binnemans, Koen; Dewulf, Wim; Dubois, Maarten; Duflou, Joost; Eyckmans, Johan; Muchez, Philippe; Pandelaers, Lieven; Van Calster, Geert; Van Gerven, Tom; Vranken, Liesbet; 2017. Wat met recyclage?. Publisher: LannooCampus; Leuven
    LIRIAS1674917
    beschrijving
    Zelfs met de huidige inspanningen om te recycleren wordt 88 tot 94% van alle producten nog steeds gemaakt uit nieuwe grondstoffen. Het antwoord op de dreigende materiaalschaarste vinden vele denkers in de 'circulaire economie': het sluiten van materiaalkringlopen, zodat de waarde van de grondstoffen optimaal behouden blijft. Dat idee stelt ons voor enkele vragen, zoals: - Is de circulaire economie realiseerbaar? - Hoe kunnen technologie en nieuwe bedrijfsmodellen de circulaire economie helpen verwezenlijken? - Moet de overheid ingrijpen om grondstoffen te sparen? Wat met recyclage? bundelt interdisciplinaire kennis rond hoe we de afvalberg kunnen verkleinen en grondstoffenschaarste kunnen vermijden. Bovendien stelt het boek kritische vragen die nodig zijn om ons inzicht in de circulaire economie en haar haalbaarheid te vergroten.

    Published
  • Van Acker, Karel; Allacker, Karen; Bachus, Kris; Biedenkopf, Katja; Binnemans, Koen; Dewulf, Wim; Dubois, Maarten; Duflou, Joost; Eyckmans, Johan; Muchez, Philippe; Pandelaers, Lieven; Van Calster, Geert; Van Gerven, Tom; Vranken, Liesbet; 2016. Circular Economy. Metaforum position paper 15 Publisher: Working group Metaforum KU Leuven; Leuven
    LIRIAS1674910
    beschrijving


    Published
  • Bachus, Kris; 2016. How to tell green from grey? Towards a methodological framework for evaluating the greening of national tax systems. Ecological Indicators; 2016; Vol. 71; pp. 229 - 238
    LIRIAS1100688
    beschrijving
    In this paper, we evaluate four types of indicators that can be used for measuring the greening of a tax system: revenue-based indicators, single tax rates, aggregate tax-rate based indicators and the implicit tax rate on energy. We develop an evaluation framework, introducing two principal evaluation criteria: content validity and comprehensiveness, and four statistical criteria: data availability, comparison over time, international comparability and ease of aggregation. Additional analysis regarding the issue of weighting is carried out for the aggregate tax-rate based indicator. The theoretical and methodological evaluation is supplemented and validated empirically using recent data on the Belgian and Flemish tax system. Finally, conclusions are drawn with regard to the strengths and the weaknesses of the four types of indicators, and recommendations are made for further research.
    Publisher: Elsevier Science
    Published
  • Bachus, Kris; 2016. Kopenhagen Klimaatneutraal 2025: Welke lessen voor Leuven en Vlaanderen. Publisher: TRADO
    LIRIAS1899371
    beschrijving
    Deze onderzoekspaper kadert in onderzoekslijn 6 ‘Financiering van transities’ van het Steunpunt Transities voor Duurzame Ontwikkeling (TRADO). Hij bevat een analyse van het initiatief van de stad Kopenhagen om tegen 2025 klimaatneutraal te worden. Kopenhagen werd uitgekozen omdat deze stad als een wereldwijd voorbeeld geldt op het vlak van transitieprojecten op stadsniveau. Het doel is om lessen te trekken uit de Kopenhagen-case die aanbevelingen kunnen vormen voor het initiatief Leuven Klimaatneutraal 2030 (LKN2030), wat als case door TRADO wordt gevolgd, en bij uitbreiding voor andere stedelijke initiatieven in Vlaanderen. Ook voor het Vlaamse beleidsniveau zullen aanbevelingen worden geformuleerd, op het vlak van coördinatie en afstemming van de stedelijke initiatieven op het eigen klimaatbeleid. Elke CO2-reductie op het niveau van een stad betekent immers ook een reductie voor Vlaanderen. We zullen exploreren hoe deze win-winsituatie tot meer afstemming kan leiden. De paper is opgevat als een comparatieve casestudy, waarbij Kopenhagen met Leuven wordt vergeleken, om besluiten te kunnen trekken over de toepasbaarheid van de Kopenhaagse acties in een stad als Leuven. In het beschrijvende deel ligt de focus sterk op Kopenhagen, omdat deze case bij de Vlaamse (lokale) beleidsactoren en stakeholders minder bekend is. Voor meer beschrijving over het Leuvense proces verwijzen we o.a. naar Vandevyvere (2014), en naar het wetenschappelijk rapport van LKN 2030 (Vandevyvere et al., 2013). De analyse is hoofdzakelijk gebaseerd op drie bronnen: literatuur over LKN2030 en Kopenhagen Klimaatneutraal 2025 (KKN2025), actieve participatie aan het proces LKN2030 en een interview met de projectleider van KKN 2025, Jorgen Abildgaard. De paper bestaat uit vier delen. Na deze inleiding volgt een omgevings- of contextanalyse van de stad Kopenhagen. Vervolgens wordt de geschiedenis van het klimaatneutrale project in Kopenhagen geschetst, met de aandacht vooral op de twee klimaatplannen. In een vierde deel zoeken we vergelijkingspunten tussen Kopenhagen en Leuven ook leerpunten voor lokale klimaatinitiatieven in Vlaanderen.

    Published
  • Van Dyck, Lize; Bachus, Kris; 2016. "You cannot manage what you do not measure": an evaluation tool for transition processes. Publisher: TRADO
    LIRIAS1899374
    beschrijving
    Although the body of literature on transitions has expanded rapidly throughout the last few years, research on the evaluation of transition processes is still scarce. This can be explained by the nature of transition programmes, which are inherently long-term, uncertain and difficult to steer. However, several government initiatives have emerged in Flanders, trying to initiate a transition toward sustainability, for example in the mobility system and the housing and building system. The question therefore remains how to evaluate a long-term transition programme on a short-term basis. By combining transition literature, evaluation literature and empirical testing, we developed a six-step evaluation tool that tries to make a transitions perspective usable and actionable for non-transition scholars. The Sustainability Transitions Evaluation Tool (STET) combines methodologies and insights from the fields of process evaluation and product evaluation. This paper should be seen as a manual, and is aimed at transition managers or other actors involved in the transition who wish to make a short-term evaluation.

    Published
  • Van Eynde, Sarah; Bachus, Kris; 2016. Non-state participation in sustainable materials management: the case of Fairphone.
    LIRIAS1864104
    beschrijving
    This paper provides an analysis of non-state actor involvement in that transition by studying the case of Fairphone. It is argued that a more systematic understanding of NGO efforts at the international level could lead to recommendations on an enhanced cooperation between NGOs, governments and other actors. The paper offers an overview of how our case study Fairphone alters consumption and production processes and engages both business actors and consumers in that transition. After the analysis on the different mechanisms adopted by Fairphone to alter consumption and production processes, we explain what role the Dutch government has played to support Fairphone. In the case of Fairphone, the Dutch government played an important role as a broker. By setting-up the Conflict-Free Tin Initiative (CFTI), the Dutch government organized a multi-stakeholder platform that enabled learning and network processes. The paper ends with a discussion on the different roles for the government in the transition to sustainable materials management identified by the literature and exemplified by the case of Fairphone. The conclusion presents a reflection upon the various roles for the government and the broader collaboration between governments, non-state actors and other actors in the transition to sustainable materials management.

    Published
  • Van Dyck, Lize; Vaes, Sarah; Bachus, Kris; 2016. Transitions and sustainable materials management: the case of the EU, OECD and UNEP. Publisher: SuMMa; Leuven
    LIRIAS1899375
    beschrijving
    Attention for Sustainable Materials Management has been increasing throughout the last years, and several international organizations have also shown their attention for the topic. The analysis of our previous research paper (Happaerts (2014)) shows that UNEP, the OECD and the European Union are particularly active on sustainable materials management (SMM), not only on the level of discourse but also in their operations. UNEP was particularly active in the creation of innovative studies in the context of the International Resource Panel (IRP), while the OECD provides more knowledge-building and policy recommendations. The activities of the European Union on sustainable materials management are the broadest and the deepest of all international institutions, mainly by its ability to implement binding legislation, targets and policy instruments. However, significant fragmentation of SMM policies has occurred, as all three organizations have different approaches and apply a different discourse towards SMM (Happaerts 2014). After this first broader screening of discourses and practices on sustainable materials management, the question remains how theses discourses and practices are operationalized throughout the work and operations of the EU, the OECD and UNEP. Additionally, one could wonder if these activities on sustainable materials management are truly fostering the transition towards sustainable materials management, the core theme of the Policy Research Centre for which this paper is written. This paper analyses whether and how transition thinking is operationalized in the policy principles, goals and instruments of three international organizations, being the EU, the OECD and UNEP. This research paper is structured as follows: first, we explain the research approach and the analytical framework. Then we elaborate the discussion on each of the three case studies the EU, the OECD and UNEP. Finally, we make a cross-case analysis and formulate our conclusions.

    Published
  • Bachus, Kris; 2016. Vergroening van het belastingstelsel in Vlaanderen. Publisher: VMM-MIRA en HIVA-KU Leuven; Aalst - Leuven
    LIRIAS1899373
    beschrijving
    In deze studie in opdracht van MIRA onderzoeken we hoe de vergroening van het belastingstelsel in Vlaanderen evolueert. De conclusie is dat de vergroening van de jaren '90 zich niet heeft verdergezet, en dat de trend weg van vergroening wordt bestendigd. Daarnaast wordt dieper ingegaan op het potentieel voor het afbouwen van enkele milieuschadelijke subsidies.

    Published
  • Van Dyck, Lize; Bachus, Kris; 2016. Public climate finance in Belgium. BEfind Working Paper Publisher: HIVA. Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving; Leuven
    LIRIAS1896495
    beschrijving


    Published